De man en het paardOp een van mijn wandelingen kwam ik ze tegen. Een man en zijn paard. Het paard fier en krachtig voor de wagen gespannen, de man enigszins gebogen op de bok. We groetten elkaar en ik vroeg hem waar hij naartoe ging. “Ach”, zei de man, “we doen het dagelijkse ritje”.

De man en het paard

Toen ik wat beter keek zag ik dat hij de teugels eigenlijk amper vast had. De man zag mijn blik rusten op zijn handen en vertelde dat zijn paard de weg wist, omdat ze dit het enige ritje was dat ze dagelijks al jaren samen maakten.
Op mijn vraag waarom hij altijd dezelfde route nam, vertelde de man dat hij daar eigenlijk nooit over nagedacht had. Waarom zou hij? Alles ging zijn gangetje en dat was wel zo makkelijk. Hij hoefde er niet bij na te denken, het ging als vanzelf. Natuurlijk werd het op deze manier wel wat saai en voorspelbaar. Hij kende elke steen op de weg, elke hobbel op het pad. Hij en zijn paard wisten precies wanneer er een hobbel in de weg zat die hen noopte om gas terug te nemen. Elke kuil was bekend, en ook hoe deze ontweken moest worden.
“Dus eigenlijk draai je steeds in hetzelfde kringetje rond?” vroeg ik. “Ja”, antwoordde de man, “eigenlijk wel, dit is nu eenmaal de enige weg die ken”. Ik vroeg hem of hij geen behoefte had om andere wegen te ont-dekken, hij keek me verbaasd aan en zei: “Zijn die er dan?” Hij was zo gefocust op zijn dagelijkse gang, dat hij geen oog had voor alle andere wegen die het landschap hem bood. “Natuurlijk zijn die er”, riep ik enthousiast, “als je maar goed kijkt!”
Zijn gezicht opende zich en zijn ogen keken me met interesse aan. “Waar dan?”, vroeg hij gretig. Schijnbaar had de optie om andere wegen te onderzoeken hem nieuwsgierig gemaakt. ”Overal”, antwoordde ik terug, “de kunst is om een weg te vinden die je past. Een weg die je dichter brengt bij waar je naartoe wilt, in plaats van rond te blijven lopen in cirkeltjes”.

De man vroeg me hoe hij die weg dan in hemelsnaam moest vinden. “Ben je bereid om mij een stukje mee te nemen op je weg? vroeg ik hem. Toen hij knikte klom ik op de wagen en nam plaats naast hem op de bok. “Als jij nu de teugels in de hand neemt en je paard ment waar je zou willen gaan, zal ik je leren te zien wat je allemaal voor mooie nieuwe zaken tegenkomt, op weg naar je bestemming”. De man pakte nog enigszins aarzelend de teugels en spoorde het paard aan, een nieuwe route tegemoet.

Heb jij behoefte aan iemand die je tijdelijk vergezelt op je ont-dekkingstocht?

Laat je me weten wat je van dit artikel vindt?