Diagnose ADHD en Autisme definitiefPasgeleden heb ik een gastcollege bijgewoond dat gegeven werd door dhr. drs. Hanneman, psychiater. Daarin kwamen een aantal interessante zaken voorbij die ik graag met jullie wil delen. Een label hoeft niet altijd definitief te zijn.

Diagnose ADHD en Autisme definitief?

 

DSM

Het stellen van diagnoses als ADHD en Autisme gebeurd aan de hand van de DSM. Dit is het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, handboek voor diagnose en statistiek van psychische aandoeningen. Hierin staan de criteria waaraan voldaan moet worden om te kunnen spreken van een bepaalde stoornis. Op dit moment is de DSM V in de maak, en zoals gebruikelijk wordt zo’n nieuwe uitgave onder de loep genomen en bijgesteld waar dat nodig wordt gevonden. Daarmee kunnen er stoornissen bij komen, maar ook vervallen. Zo zal het Syndroom van Asperger verdwijnen uit de DSM. Er komt een meer algemene omschrijving over Autisme (criteria zijn te lezen in het verslag van de lezing elders op de site).

 

Diagnose

Hoe duidelijker de stoornis aanwezig is, hoe makkelijker deze herkend wordt, en daarmee kunnen mensen die er veel mee te maken hebben ondanks dat ze geen arts zijn, een behoorlijk goede inschatting maken. Met behulp van een CBCL test kun je een goede indicatie krijgen van het wel of niet aanwezig zijn van ADHD, maar wanneer het over autistische stoornissen gaat is dat niet zo makkelijk met een test aan te duiden. Het stellen van een juiste diagnose is, zeker bij grensgevallen die onder de noemer PDD NOS worden aangeduid, sterk afhankelijk van degene die de diagnose stelt. Dat betekent dus eigenlijk dat het krijgen van zo’n label relatief te noemen is. Een label geeft wel duidelijke richtlijnen over benadering en aanpak, en dat zou een pluspunt kunnen zijn, het kan echter ook een drempel opwerpen in de omgeving. Over het algemeen bestaat de neiging om iemand te beoordelen op het etiketje, waardoor er naar de rest vaak niet meer gekeken wordt.

 

Is een etiket definitief?

Dat een goede gezinssituatie en een beetje normale intelligentie mee kunnen helpen om de beperking van een stoornis te verkleinen, was iets dat ik ergens al wist, maar op deze avond bevestigt hoorde. Dat zou dus betekenen dat je met een goede aanpak thuis al een heel eind kunt komen. Als je kind dan ook nog een beetje slim is, zou dat kunnen betekenen dat er op latere leeftijd in de praktijk door de omgeving niet veel meer te merken is van een stoornis, en dat geeft zo’n kind weer meer kansen om te slagen in het leven. Daarmee is natuurlijk niet gezegd dat wanneer het niet op die manier verloopt jij als ouder iets niet goed gedaan zou hebben. Het geeft echter wel een opening tot verandering en verbetering, en dat geeft heel veel ruimte en lucht aan zowel ouder als kind. Een label hoeft dus niet altijd definitief te zijn.

 

Hoe correct is een diagnose?

Als je hoort dat 90% van de diagnose ADHD waarschijnlijk niet correct is, roept dat behoorlijk wat vraagtekens op. Trouwens met de aanpassingen in de DSM vervallen er al een aantal labels en wordt een kind met Asperger een kind zonder Asperger. Ook wel weer een beetje krom eigenlijk. Het hebben van een stoornis wordt daarmee afhankelijk van de kwalificatie en criteria die er onder invloed van de tijdsgeest voor gesteld worden. Erg belangrijk is het volgens mij om te beseffen dat iemand een stoornis heeft, en het niet is! Veel te vaak zie ik in de praktijk dat mensen behandeld worden volgens het etiketje dat er opgeplakt zit, en dat beperkt zich ook niet tot de wereld van de psychische aandoeningen. Het zou mooi zijn als we zien dat een etiket, wat het ook moge zijn, een deeltje is dat misschien iets zegt over iemand maar daarmee nog niet vertelt wie iemand is. Dat geeft ruimte om elkaar werkelijk te ont-moeten.

 

Behandeling

Behandeling bestaat uit momenteel voornamelijk medicatie. Toch vraag ik me af of dat niet zodanig verdovend werkt dat leermomenten worden benomen. Wanneer je weet dat zaken in een aantal gevallen aangeleerd kunnen worden, is het niet onbelangrijk dat er voldoende leermomenten aangeboden worden. Meestal hebben mensen met een diagnose ADHD of PDD NOS meer leermomenten nodig dan gemiddeld. Ik denk dus dat het de moeite waard is om te kijken hoe ver je op die manier kunt komen. Welke aanpak je voorkeur ook heeft, structuur aanbieden en consequent zijn is erg belangrijk. Maar volgens mij heeft elk kind dat nodig. Het doet me goed om van een vooraanstaand psychiater te horen dat non-directieve therapie een zeer waardevolle bijdrage kan zijn voor deze mensen. Het bevestigt mijn specialisatie voor Pubers met een Plusje.

Laat je me weten wat je van dit artikel vindt?