Waarom zijn pubers soms zo lastigMeestal zijn pubers lastig in de beleving van hun omgeving. En je vraagt je als ouders misschien weleens af hoe dat komt. Het lijkt wel of ze het erom doen en jij als ouder lijkt niks goed te kunnen doen.

Waarom zijn pubers soms zo lastig?

Is dat nu allemaal bewust gedrag van je puber of zit er wat meer achter? In het lichaam van een puber gebeurt enorm veel:
Tussen 10 en 12 jaar neemt het vetweefsel toe, en is er een verhoogde werking van de hormoonklieren. De productie van mannelijke (Androgenen) en vrouwelijke (Oestrogenen en Progesteron) hormonen neemt toe.

Ik heb zo’n slaap…

Het hormoon Melatonine, dat ervoor zorgt dat we slaap krijg, wordt steeds later afgescheiden, waardoor pubers in een ander dag en nacht ritme zitten. Hierdoor krijgen ze pas laat slaap en kunnen ze dus een gat in de dag slapen, doordat ze meer behoefte hebben aan slaap. Die slaap is nodig om alle prikkels te kunnen verwerken die op een puber afkomen, en dat zijn er nogal wat. Laat naar bed gaan en er vervolgens ’s ochtend niet uit kunnen, zorgt niet alleen voor veel frustratie, maar kan op den duur ook gevolgen hebben voor de schoolprestaties. Tekort aan slaap maakt het moeilijker om leerstof op te nemen en flexibel te zijn.

 

Groeispurt

Jongens maken een versnelde groeiperiode door tussen 10,5 en 16 jaar, met een piek tussen 13-14 jaar. Bij meisjes zien we een versnelde groeiperiode tussen 7,5 en 11,5 jaar. Pubers groeien zo’n 10 cm per jaar en het gewicht vermeerderd met zo’n 3.5 kilo per half jaar. Omdat niet alles even snel groeit (het hoofd, de handen en de voeten groeien sneller) kunnen ze slungelachtig overkomen. Jongens krijgen te maken met de baard in de keel; hun stem breekt en dat kan onzekerheid en radeloosheid geven. Motorisch kan er sprake zijn van grovere gebaren waardoor ze zich onzeker kunnen voelen. En dan krijgen ze meestal ook nog puistjes! Het lichaam wordt geslachtsrijp en ook dat brengt de nodige onzekerheden met zich mee. Bij de grote lichamelijke ontwikkelingen is ook de ontwikkeling van de hersenen betrokken. Dat gaat stapsgewijs.

De ontwikkeling van de verschillende hersengebieden, geeft ook mogelijkheden om vaardigheden op juist dat gebied te ontwikkelen. Die worden dan beter opgepikt omdat het betreffende hersengebied zich juist op dat moment ontwikkelt. Daarmee zou je een verklaring kunnen vinden voor het feit dat pubers van de ene kant totaal geen moeite hebben om de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van internettechnologie op te pikken, terwijl ze aan de andere kant veel moeite kunnen hebben met plannen.

Het is dus geen onwil als zaken niet goed gepland worden, maar ze beheersen de vaardigheid gewoon nog niet. De grootste veranderingen in de hersenen vinden namelijk plaats in juist die delen van de hersenen die te maken hebben met planning en controle. Pas rond het 22ste levensjaar zijn deze functies optimaal ontwikkelt en daarmee is het begrijpelijk dat een 15-jarige geen planning op langere termijn kan maken. Maar het is niet alleen het lichaam dat grote veranderingen doormaakt.

 

Ook psychisch gebeurt er nogal wat:

Er is steeds meer behoefte aan persoonlijke zelfstandigheid, en een puber heeft ook meer behoefte om invloed te hebben op zijn/haar eigen gedrag. Daarnaast moeten alle lichamelijke veranderingen verwerkt worden. Een puber begint langzaam toe te groeien naar een zelfstandig leven, eventueel met een partner. Ook wordt er door de maatschappij steeds meer gevraagd en ook dat is een proces dat tijd kost. Het nemen van je eigen verantwoordelijkheid, het aanvaarden van de consequenties van je gedrag hebben tijd nodig. Wanneer je je steeds meer buiten je tot nu toe veilige wereld begeeft, betekent dat ook, dat je mag leren omgaan met allerlei mensen die je ontmoet. Dat betekent ook dat je als puber mag leren relativeren, en om te gaan met kritiek, de mening van anderen niet te over-, of onderschatten. Op zoek zijn naar jóúw mening, jóúw visie, jóúw toekomst en jóúw zelfstandig functioneren. Dat kan enorm spannend zijn. Er zijn drie psychische processen die spelen:

 

Losmakingsproces

Het losmakingsproces van de ouders is vaak de oorzaak van conflicten. Het gevolg is dat ouders zich weten geen raad met hun kind, en de puber weet geen raad met zichzelf. Wanneer de emoties van een puber niet als zodanig (h)erkent worden, heeft dat invloed op het denken. Er is verwarring en daardoor de behoefte om om je heen te slaan. Daarnaast kunnen de snelle lichamelijke veranderingen stemmingswisselingen veroorzaken, maar ook slapte, hoofdpijn, vermoeidheid, rugpijn, verhoogde gevoeligheid voor geuren en geluiden, prikkelbaarheid en minderwaardigheidsgevoelens. Dit proces kun je als ouder bevorderen door open en solidair te zijn, je puber te bemoedigen en uit te komen voor je eigen normen en waarden.

 

De identiteitsvorming

Het individuele zelfbesef groeit en de eigen identiteit wordt gevormd. Die ontwikkeling vindt plaats afhankelijk van intelligentie, opleidingsniveau en graad van zelfreflectie (zelfbeschouwing). Ook is er een groeiend vermogen om abstracte ideeën te begrijpen, achtergronden en samenhangen te zien en een eigen oordeel te vormen. In de zoektocht naar zelfstandigheid beweegt een puber zich tussen een aantal beperkingen die opgelegd zijn door opvoeders, cultuur en maatschappij waarbinnen zelfstandig gefunctioneerd kan worden. Door alles wat er tijdens de puberteit gebeurt kan er behoefte zijn om wat meer op zichzelf gericht te zijn. Hierdoor kan het contact met de omgeving verminderen, maar dat kan ook invloed hebben op studieprestaties. Vanuit onzekerheid over het uiterlijk door al die veranderingen kan het uiterlijk erg belangrijk zijn. De sociale durf van pubers is ook nog in ontwikkeling. Dat betekent dat er sprake kan zijn van onzekerheid op dat gebied, en dat kan verborgen worden achter een stoere houding.

 

Psychoseksuele ontwikkeling

Het lichaam van een man of vrouw wordt gevormd in de puberteit, maar daarmee voelt een puber zich niet per definitie ook meteen man of vrouw. Gaandeweg de puberteit vormt zich de seksuele Identiteit, daarmee kunnen homoseksuele gevoelens voor veel onrust zorgen. Hierin is het belangrijk dat er een stuk acceptatie is vanuit de omgeving, zodat er ook zelfacceptatie ontwikkelt kan worden. Verliefdheid wordt onder invloed van de hersenen heel intens ervaren, en pubers hebben nog niet de capaciteit om die intense gevoelens onder controle te houden. Tegelijkertijd zijn ze nog niet in staat om gevoelens van verliefdheid te relativeren. Daarmee zijn ze dus zeer gevoelig voor reacties van de omgeving om verliefdheden. Dit alles bij elkaar kan veel verwarring veroorzaken. Bij pubers maar ook bij hun ouders. Dat is een volkomen natuurlijk proces, dat zowel voor pubers als ouders een behoorlijke ontwikkeling en verandering inhoudt. Gelukkig zijn de problemen die het met zich meebrengt meestal te overwinnen en is er tegenwoordig op allerlei manieren ondersteuning voor zowel pubers als ouders om hier zonder al te veel kleerscheuren doorheen te komen.

Foto designed by rawpixel.com / Freepik

Laat je me weten wat je van dit artikel vindt?