De piramide van MaslowIn de piramide van Maslow komen de zeven basisbehoeften aan bod, die ieder mens, volgens Maslow, in meerdere of mindere mate nodig heeft om gezond te blijven.

De piramide van Maslow

Abraham H. Maslow wordt geboren in 1908 uit Joodse Russische immigranten. Hij is humanistisch psycholoog en groeit op in Amerika. In zijn werk gaat hij uit van de gezond denkende mens, en wat deze nodig heeft om gezond te blijven.

Daarvoor heeft hij een theorie ontwikkeld, die bekend staat als de piramide van Maslow. Hierin komen zeven basisbehoeften aan bod, die elk mens, volgens Maslow, in meerdere of mindere mate nodig heeft om gezond te blijven.

In dit artikel zou ik de theorie uit willen leggen aan de hand van het thema communicatie.
Ondanks cultuurverschillen, hebben alle mensen dezelfde innerlijke behoeften die, onder invloed van cultuur en omstandigheden, wel anders geuit kunnen worden. Wanneer een Westerling honger heeft gaat hij naar de winkel om boodschappen te doen, een lid van een oerstam gaat op jacht. Dat doen ze beiden om hun honger te stillen.

 

Behoefte

Een behoefte is iets wat je (vaak onbewust) nodig hebt op een bepaald moment.Door de invulling van een behoefte, bereik je een doel. De behoefte aan honger vul je in door te eten, en daardoor krijg je een verzadigd gevoel. Behoeftes ontstaan en zijn niet stuurbaar. Er is een volgorde in belangrijkheid in het ontstaan en invullen van die behoeften aan te brengen.
Wanneer een behoefte niet gevoed wordt, zal deze steeds sterker manifesteren en belangrijker worden ervaren.
Wanneer je niet wilt toegeven aan een behoefte zul je steeds meer moeite moeten doen, om deze behoefte weg te drukken.
Er is pas ruimte tot invulling van hogere behoeften wanneer de lagere behoeften bevredigd zijn.

 

Fysiologische of primaire levensbehoeften

De eerste behoefte van de mens, is de fysiologische of primaire levensbehoeften. Dus wat we nodig hebben om in eerste instantie te kunnen leven. Met andere woorden; eten en drinken, zuurstof, seks, etc. Instinctief weten we dat we eten en drinken nodig hebben om te kunnen overleven.

In communicatie betekent dat dus dat er gecommuniceerd moet worden, dat de honger en dorst gestild moeten worden.
Dat proces begint in het lichaam dat via intra-persoonlijke communicatie (zie FAQ’s communicatie) laat weten dat het voeding nodig heeft, om te kunnen functioneren. Je maag knort, je voelt je flauw. Dan wordt er een impuls uitgestuurd om dat gevoel weg te nemen. Een baby begint te huilen en laat met zijn lichaamshouding zien, dat hij zich niet prettig voelt, moeder pikt op dat haar kleintje honger heeft, voedt hem, en de baby is tevreden.
Een klein kind vraagt om een snoepje of een koekje, wanneer moeder actief luistert, hoort ze dat haar kind de boodschap uitstuurt “ik heb honger”. Doet ze dat niet dan zegt ze misschien iets als: over een half uurtje gaan we eten.”
De meeste volwassenen in de Westerse wereld kunnen deze behoefte zelfstandig invullen.
In gebieden waar voedselschaarste is, is dat natuurlijk een ander verhaal.
Gelukkig staan er in de huidige tijd allerlei communicatiemiddelen zoals radio tv en internet tot onze beschikking. Wanneer we hongersnood zien op het journaal, wordt het uitgezonden signaal opgepikt. Daardoor kan er gereageerd worden door de omgeving (in dit geval de Westerse wereld) om tot actie over te gaan.

 

Behoefte aan veiligheid

Zodra de fysiologische behoeften bevredigd zijn, komt de behoefte aan veiligheid naar voren. Veiligheid kan ervaren worden in materiële en emotionele waarden. Het voelt veilig om een dak boven je hoofd te hebben, een eigen plekje te hebben. Het voelt veilig jezelf te kunnen zijn, door een stabiele omgeving om je heen te hebben bv in de vorm van je ouders wanneer je nog klein bent.
Een kind dat zich niet veilig voelt, verschuilt zich achter vader of moeder om heel voorzichtig vanuit die positie een blik op het “onveilige te werpen. Dat betekent dus ook dat veiligheid te maken heeft met dat wat bekend is.
Om veiligheid te creëren stelt ieder mens zijn eigen grenzen, binnen het perspectief dat voor hem of haar veilig voelt. De een is heel gesloten in communicatie en contact, en de ander is veel meer uitgaand.
Dat wordt dus medebepaald door de mate van veiligheid die ervaren wordt, wat weer voortkomt uit ervaringen en gewaarwordingen van die persoon in zijn leven tot dat moment.
Ook karakteraanleg, extravert of introvert spelen hierin mee. Iemand die als kind werd afgestraft wanneer hij/zij een mening uitte, zal dus anders communiceren als iemand die hier juist in werd aangemoedigd.
Wanneer we onveiligheid ervaren, wordt dat ervaren als een bedreiging. En daaruit kan een vecht- of vluchtinstinct ontstaan.

In communicatie kun je dat bemerken doordat iemand zich niet durft uit te spreken, of juist heel erg zijn best doet om gehoord te worden. Dit vind je ook terug in lichaamstaal etc.
Het verbreken of veranderen van een bestaande situatie (hoe onveilig deze ook mag zijn) verstoort de stabiliteit en de zekerheid. Dat kan dus voor veel onrust zorgen.
Hoe onveilig een bestaande situatie ook is, wanneer je weet wat je ervan kunt verwachten, geeft dat vaak meer veiligheid, dan het loslaten van het bekende voor iets nieuws. Ondanks dat het nieuwe een verbetering zou kunnen betekenen.
Hierdoor kunnen veel mensen zich niet losmaken van oude patronen en situaties. Soms houden mensen zich vast aan schijnveiligheden, waaruit dwangneurosen zouden kunnen ontstaan.

 

Sociale behoefte

Wanneer aan de primaire en veiligheidsbehoeften voldaan is, ontstaat er een sociale behoefte. Als kuddedier heeft de mens behoefte aan uitwisseling.
In deze behoefte is communicatie dus niet alleen een middel maar ook een doel. De eerste behoeften zijn ingevuld, dus de aandacht kan verlegd worden en uitgebreid worden naar de omgeving.
Er ontstaat behoefte tot ontwikkeling.
Kinderen gaan naar school, waar ze herkenning vinden in de groep.
Jongeren sluiten zich aan bij jeugdgroeperingen, of bij bepaalde kleding vormen of subculturen.
Volwassenen zoeken gelijkgestemden op om tot uitwisseling te komen.

De sociale behoefte geeft invulling aan de behoefte om het individu te ontwikkelen. Men is op zoek naar identificatie. Een peuter benoemd daarin heel primitief; bijvoorbeeld: “Ik ben een jongetje”, een puber benoemd al wat specifieker: “Ik ben Hiphopper, een volwassene: “Ik ben manager”. Daarmee communiceert elk op zijn eigen niveau gevoed vanuit de belevingswereld die leeftijd gerelateerd is, in welke sociale cultuur of subcultuur men zich thuis voelt.
Bij deze (sub)cultuur, horen een aantal uitgangspunten waarmee men zich wil identificeren. Elke groepering heeft zijn eigen taalgebruik (peutertaal, jongerentaal, straattaal, (Slang), wetenschappelijke taal, Jip en Janneke taal (blond), zeg dat eens in gewoon Nederlands, begrijpelijke taal, elitaire taal etc.

 

Behoefte van het ego

Wanneer we eenmaal zover zijn, kunnen we de volgende behoefte aandacht geven. Dat is de behoefte van het ego. Het ego oftewel het “Ik”, datgene waarmee we ons onderscheiden van de andere mensen en wat ons uniek maakt. Het ego is het beeld dat we onszelf (al dan niet onder invloed van de omgeving) vormen van onszelf.

De invulling van deze behoefte kan zich op twee manieren ontwikkelen.
Ofwel door de behoefte aan het respect van anderen, behoefte aan status, roem, bekendheid, succes, herkenning, aandacht, reputatie, waardering, degelijkheid, zelfs dominantie, (materiële invulling).
Ofwel door de behoefte tot zelfrespect, en gevoelens als vertrouwen, competentie, bewerkstelliging, meesterschap, onafhankelijkheid en vrijheid, (emotionele invulling).

Wanneer deze behoefte niet juist wordt ingevuld en vormgegeven kan het op een negatieve manier uitwerken in de vorm van minderwaardigheidscomplexen of een lage eigenwaarde. Dit kan de basis vormen voor psychologische problemen.

Onbalans in deze behoefte zou in communicatie kunnen uitwerken door grote geldingsdrang, verminderde of zelfs afwezige geldingsdrang. Zichzelf opblazen en een grote houding aannemen, waarbij een zekere mate van dominantie of superioriteit uitgestraald kan worden, of zichzelf zo klein mogelijk maken en zich ondergeschikt of inferieur opstellen.
Dit kan ook merkbaar zijn in woordkeuze, aantal woorden dat iemand gebruikt om iets over te brengen (ook afhankelijk van intelligentieniveau etc.).
Bij verminderde eigenwaarde bestaat de kans dat men in een afhankelijke positie komt, of de slachtofferrol aanneemt.

 

Behoefte aan vrijheid

Na deze vier behoeften ingevuld te hebben komt de volgende behoefte om de hoek kijken. De behoefte aan vrijheid. Halverwege de vorige eeuw ontstond er een omslag in het groepsinstinct van met name de westerse wereld. Onder invloed van de Industrialisatie, de Tweede Wereldoorlog en de Wederopbouw, was men vooral bezig om de reeds besproken basisbehoeften te voeden. In onze huidige welvaartsstaat wordt daar echter ruim in voorzien. Vanuit een strak stramien dat vooral gericht was op werken en het voorzien in de meest basale behoeften, ontstond er ruimte. Ruimte voor welvaart, en ruimte voor meer voeding op de basisbehoeften. Er kwam ruimte voor meer individuele inbreng in het groepsgeheel. Dat zie je met name bijvoorbeeld in de zestiger jaren ontstaan in onder andere de muziek (Beatles en Rolling Stones). Men was pro of contra.
Er ontstond dus ruimte tot een eigen mening en het uitspreken en uitdragen hiervan.

In communicatie vertaalt zich dat in dit geval naar voornoemde muziekkeuze, protestliedjes, protestgroeperingen, de flowerpowercultuur.
Het verkennen van de bestaande grenzen en de behoefte daar los van te komen en uit te willen breken. De Provogroepering is ook zo’n voorbeeld. Men ging zelfstandiger nadenken, om tot een meer eigen mening te komen. Dit is ook de periode dat de televisie ingeburgerd is in gezinnen, en men dus zijn blik kan verruimen. Dus ook tv heeft zijn invloed op de verzelfstandelijking van de westerse mens.
Vrijheid van meningsuiting is een basisrecht dat opgenomen is in de Universele verklaring van de rechten van de mens. Daarmee wordt het belang van het vrij kunnen uiten d.m.v. woord, taal, gebaar schriftelijk benadrukt en gezien als een recht voor alle mensen op de hele wereld.
Echter, niet alle samenlevingen zijn zover dat dit recht ook erkend wordt.

 

Behoefte tot groei en ontwikkeling

Wanneer we nu genoeg te eten en te drinken hebben, een veilige basis hebben, mensen om ons heen hebben om mee uit te wisselen of te delen, enige mate van waardering kunnen verlenen aan ons bestaan, de vrijheid hebben om ons te uiten zoals we willen, ontstaat een volgende behoefte. Namelijk de behoefte tot groei en ontwikkeling.
Wanneer we alles hebben ontstaat de behoefte naar meer, verder, groter. Aangekomen op dit niveau van basisbehoeften is er ruimschoots invulling gegeven aan de voorgaande basisbehoeften. Op enig moment kun je dan als mens behoefte krijgen om jezelf verder te ontwikkelen en zo tot een stuk persoonlijke groei te komen.
Wanneer we daar een juiste invulling of voeding aangeven, zou dat betekenen dat we ons richten op het geestelijke, intellectuele, creatieve of spirituele pad. Het geeft letterlijk een verruiming in het bewustzijn. Dus grenzen worden nog verder verlegd, en mogelijkheden worden steeds groter. Het bewustzijn verruimt zich naar een groter geheel.
In die context zou je kunnen zeggen dat het een terugkeer is naar de oorsprong. Wanneer de wereld ontstaan is uit een OERKNAL en alles energie is, deze energie zich vervolgens manifesteert in het individu, dit individu zich ontwikkelt naar een besef dat alles één is, keren we terug naar de BRON.

In communicatie kan het verlangen naar de BRON geuit worden door het volgen van cursussen gericht op spirituele ontwikkeling, of in gesprekken een diepere laag te willen bereiken in jezelf en/of je gesprekspartner. Ook het openstaan voor andere visies, opvattingen en belevingen hoort daarbij. Dus onbevooroordeeld zijn. Geen oordelen willen vellen. Ruimte geven aan de ander om te zijn. Niks meer en niks minder.
Bewustzijnsverruiming kan ook op een negatieve manier invulling vinden. Het gebruik van verdovende middelen zoals drugs en alcohol, zou een mate van bewustzijnsverruiming teweegbrengen.
Daarbij zou ik een kanttekening willen plaatsen. Verdovende middelen verdoven, ze maken dus minder voelbaar. Het is een poging om het bewustzijn van het HIER en NU te vervangen of ontlopen door een andere staat van zijn te bereiken. Hierdoor ontloop je het HIER en NU. Wanneer je niet in het HIER en NU leeft, kun je geen invulling geven aan de behoeften die je in het HIER en NU hebt. Drugs of Alcohol worden de eerste en enige basisbehoefte, die alle andere behoeften ondergeschikt maakt. In die zin zou ik de overweging willen neerleggen dof verslavende middelen de belofte van bewustzijnsverruiming geven, maar in feite eigenlijk niet voor een bewustzijnsvernauwing zorgen?

 

Behoefte tot Zelfactualisering

De laatste basisbehoefte, die dus bovenaan de piramide staat is de behoefte tot Zelfactualisering. De mens die alle voorgaande behoeften op de voor hem of haar juiste manier invulling en voeding heeft kunnen geven is een gelukkig mens. Deze persoon ervaart een innerlijke vrede. Alles is in balans. Deze staat van zijn is slechts weinigen gegeven. De mensen die deze staat bereiken worden vaak de Groten der Aarde genoemd.

Zelfactualisatie is een staat van ZIJN. Ik heb de voorwaarden om deze behoefte in te vullen, en dus de staat van ZIJN te bereiken onderzocht en daarbij ben ik tot de volgende conclusie gekomen.
Mensen die de behoefte tot zelfactualisatie weten te voeden zijn vaak mensen die ervan kunnen genieten om met zichzelf te zijn, en dus niet per se (altijd) behoefte hebben aan andere mensen op hen heen.
Ze hebben een goed ontwikkelt waarnemingsvermogen en zijn in staat om door onechtheid heen te prikken.
Ze hebben liever een paar diepgaande, innige vriendschappen, dan veel oppervlakkige contacten.
Ze hebben een zekere mate van autonomie, waarbij ze zich niet erg afhankelijk voelen van psychische en sociale behoeften (deze worden dus zodanig bevredigd dat men zich niet afhankelijk hoeft op te stellen om ze te verkrijgen).
Er wordt weinig druk ervaren om zich sociaal aan te passen of in te passen, zij zijn dus vaak non-conformistisch.
Deze mensen hebben een gezonde zelfspot.
Er is acceptatie voor zichzelf en voor anderen.
Men wil werken aan zelfverbetering en positievering.
Het zijn spontane, eenvoudige mensen, die een zekere mate van eenheidsgevoel ervaren. Ethiek staat vanuit spirituele overwegingen hoog in het vaandel.
Zij zijn creatief, inventief en origineel.
Zij kunnen zich verwonderen om, en genieten van, kleine gewone dingen, die door de meeste mensen als vanzelfsprekend ervaren worden; een vogeltje, een vlindertje etc. Daarnaast hebben deze mensen meer TOP-ervaringen dan de gemiddelde mens.

Een TOP-ervaring, is een ervaring die je buiten jezelf plaatst, je heel klein of juist groot maakt, waardoor je je één voelt met het leven, de natuur of GOD. Je hebt het gevoel deel te zijn van de oneindigheid en het eeuwige. Zo’n ervaring is indrukwekkend, en kan iemand ten goede veranderden.
Velen zoeken er actief naar. Men noemt het ook wel mystieke ervaringen en ze zijn een belangrijk onderdeel van vele religieuze en filosofische tradities.

Deze mensen zijn echter niet perfect. Perfectie is iets wezenlijk anders dan Zelfactualisatie. Zij zijn in staat om natuurlijk en moeiteloos bovenstaande eigenschappen vorm te geven, en dat te doen vanuit zichzelf, en niet omdat het aangeleerd is.
Zij overstijgen veel gangbare opvattingen. Er is voor veel mensen bv zwart versus wit, liefde versus haat. Deze mensen beseffen echter dat er zonder zwart geen wit is, en zonder liefde geen haat. Zij beseffen dat beide uitingen zijn van dezelfde energie en elkaar nodig hebben om te kunnen bestaan.

In communicatie termen is dit wat we zouden mogen nastreven om te bereiken in communicatie met de ander.
De ander open, eerlijk, zonder(voor)oordeel tegemoet treden.
Deze persoon in zijn waarde laten en te laten ZIJN.

De piramide van Maslow spiritueel bekeken

Wat is de zin van jouw leven?

Laat je me weten wat je van dit artikel vindt?